fa·mi·lie
(de; v; meervoud: families)
onderdeel van een orde die bestaat uit een of meer geslachten
dö·ner
(de; v(m); meervoud: döners)
soort satestok maar dan groter: niet dikker maar döner
De dualiteit van de mens: het verstand dat een salade wil, en de ziel die schreeuwt om döner.